Opgericht 20 juli 1951.
Goedgekeurd bij KB d.d. 16 november 1955.
Kamer van Koophandel Den Haag nr. 40408022
Aangesloten bij de Federatie Zuid West Nederland

 
 
 

Karperbelevenissen (2)

De auteur van dit artikel bijt de spits af van een serie artikelen over de karpervisserij. De auteur is Dennis Oomen. Dennis is sinds kort de voorzitter van de net opgerichte karpercommissie. Wil je meer weten over deze karpercommissie of over Dennis zelf kijk dan op de respectievelijke pagina's over de karpercommissie of in de Hall of Fame.

De WHSV nodigt een ieder uit te reageren op dit artikel of zelf een verhaal aan het papier toe te vertrouwen. Dus heb je een leuke herinnering, heb je de nodige tips, erger je jezelf ergens aan of loop je al een tijdje rond met een vraag waar je het antwoord niet op kan vinden, stuur ons dan een berichtje; het adres is webmaster@whsv.nl

Obstakelvissen

Al eerder noemde ik dat het belangrijkste van de karpervisserij het lokaliseren is. Dit vind ik tenminste. Al snel leerde ik dat het de moeite loont om en water waar je wil gaan vissen te observeren, zeker als je geen zin hebt om uren naar je dobber of waker wil kijken zonder actie. Zo heb ik vaak menig karpervisser afgetroefd. Ik herinner me een beteuterde karpervisser aan de Helmbergweg - vijver, die zijn aas in het midden van de vijver had gegooid en al twee uur geen actie had gezien. Ik kwam daar met mijn hengel en bekeek op mijn gemak de vijver. Ik ontdekte in de hoek een bellenspoor en dat het water daar een andere kleur had dan de rest van de vijver. Ik besloot om daar mijn aas te water te laten. Binnen welgeteld 10 minuten kreeg ik een aanbeet en even later ving ik een karper van een pond of twaalf. De karpervisser was blij voor me, maar lachte  als een boer met kiespijn naar me. Ik kon zijn gedachten lezen : “  Pfoeh, afgetroefd door een jochie van 14! “. Wat de karpervisser had kunnen bedenken dat de zon en de wind op die kant stond en dat het water daar ondieper was dan de rest van de vijver. Warmteminnend als de karper is........

Zoek en gij zult vinden / optelsom van zekerheden

Ik zou willen beginnen om een scheiding te maken tussen de wateren waar de karper visueel te vinden is en de wateren waar dit niet het geval is. Aangezien dit een artikel is van de WHSV zal ik dit aan de hand van lokale voorbeelden proberen uiteen te zetten. 

Als je Pauwvijver bekijkt, dan zal je meteen opvallen dat deze in een bosrijk gebied ligt. Dit heeft enkele nadelen,, zoals verzuring van het water door rottende bladeren in de herfst- en winterperiode, maar ook voordelen. Omdat de bodem door al dat materiaal zacht wordt en er gassen ontstaan is elke activiteit van vissen goed te zien. Ik zeg met name vis in het algemeen, omdat ook andere vissen voor bellensporen zorgen. De grootte van het bellenwolkje geeft enige indicatie of het karper betreft.

Ook kan je bij actieve karper allerlei bodemmateriaal naar boven zien komen tijdens het woelen door actieve karper. Als daarbij nog enkele draaikolkjes te zien zijn, dan gaat ons hart nog sneller kloppen. Dit zijn de zaken waar ik naar op zoek ben als ik aan het observeren ben. Dit zijn ook de plaatsen die ik in mijn geheugen grif.  Ook de zijtak aan de zijde van het raadhuis aan de Pauwvijver is een goed voorbeeld waar ik de karper juist niet verwacht. Het water is er helder, maar de bodem net zo bezaaid met rotzooi. Hier zal de karper niet zitten. Als de vissen in de bodem wroeten, dan gaat er van alles zweven en zal het water troebel worden. Daarom heeft troebel water per definitie mijn voorkeur, tenzij de vissen daadwerkelijk azend te zien zijn, dan ( alleen dan! ) wil ik een poging wagen om deze vissen te vangen.

Bij de bellenspeurtocht let ik erop of er enige regelmaat is in het patroon die ik op de gehele water zie. Ik kan vaak enkele plekken vlot aanwijzen, die regelmatig bellen produceren. De bellen zullen als ze door een vis worden geproduceerd regelmatig naar boven komen en kan je de route van de vis eruit opmaken. Dit zijn de eerste plekken die ik aan een nader onderzoek onderwerp. Vaak ontdek ik er een obstakel, bijvoorbeeld in de vorm van een gezonken boomtak of juist een schone zandplek. Als deze plekken verder uit de kant liggen, dan zijn dit de plaatsen waar op afstand gevist kan worden met een bal deeg of moderner met de boilie.

Als ik voor het eerst aan zo’n type water kom dan is dit het eerste waar ik naar op zoek ben. Mijn aanpak is steeds hetzelfde. Ik bekijk eerst op welke oever de zon het langst schijnt. Dat is meestal de oostelijke oever, tevens omdat we in Nederland overwegend westelijke winden hebben. Mocht ik dan nog geen teken van leven hebben gezien, dan ga ik de zaak grondig uitpeilen.
Nu zult u begrijpen dat ik - niet geheel toevallig – vaak tot de conclusie kom dat ik de meeste vissen spot aan de kant waar de wind op staat, de bodem ondiep is, waar de zon regelmatig op schijnt en waar de oeverdrukte beperkt is. Als er ook nog een obstakel in het water ligt op die plaats, dan weet u waar u uw aas het beste kunt neerlaten. Zoek en gij zult vinden.

Ten tweede heb je de wateren waar je de karper zelden of nooit met het oog kan waarnemen. Het uitwateringskanaal in Katwijk is een goed voorbeeld. Je zal er niet veel signalen krijgen dat er karper op je stek zit.. Als je op zoek bent naar een geschikte stek zal je naar andere zaken moeten kijken. Er komen bijvoorbeeld wel bellen naar boven, maar veel minder als in de Pauwvijver. Als er ook nog een stevige bries over het water staat en er een goede kabbel is, dan zie je al helemaal niets meer. Woelende karpers zijn daar zelden te zien, aangezien er al anderhalve meter onder de kant staat. Alleen op zeer zomerse dagen kan je diep in het water kijken en wil je nog wel eens een zonnende karper spotten.

 

          

  • Je kan de karper bij wijze van spreken al ruiken.....

 

 Nee, aan het kanaal moet je naar andere zaken kijken. Het moet een optelsom worden van zekerheden. Ik begin altijd met de visuele obstakels. Dit kan een brug zijn, maar ook uit het water stekende palen of steigers. De karper komt er over het algemeen graag, omdat aan de obstakels allerlei eetbaar dierlijk leven vasthecht. Ik heb een zekere voorkeur voor houten palen, zoals je die veel vindt in de buurt van bruggen. Dit is de eerste zekerheid. Verder probeer ik me een voorstelling te maken, waar de karper zich ophoudt in de periode dat hij niet aan het azen is. Tijdens het observeren heb ik vaak gezien dat karpers de obstakels uitzoeken waar ze rustig kunnen uitbuiken. Ook daar zijn ze overigens  gewoon te vangen. Ik zoek daarna de bodem af met mijn peilhengel. Ik voel meteen hoe de zaken er onder water voor staan. Ook vind ik regelmatig mosselbanken, die bij mij meteen als hotspot worden aangemerkt. Alweer meer redenen waarom we de karper daar kunnen verwachten. Ook verborgen obstakels kan ik meteen waarnemen. Dit is met name handig als je de niet zichtbare obstakels wil bevissen, bijvoorbeeld op wateren met een groot bestand aan stekkenpezers. Ook wil ik niet voor verrassingen komen te staan als ik mijn hengel krom heb getrokken aan een mogelijke droomvis. Ook kijk ik of er sprake is van stroming. Ik kies dan altijd voor de stromingluwe zijde. Daar vind je bijna altijd een door slib ontstane zachtere bodem, waar meer voedsel voor de karper is te vinden. Tenslotte kijk ik nog naar andere zaken die de karper op andere gedachten kan brengen. Er kan een prachtige stek zijn bij een brug, maar is het een brug over de rijksweg, dan zal de karper hier niet graag komen, vanwege het lawaai, als hij wil uitbuiken. Hier kan je wel de vissen tijdens de nachtelijke uren verwachten, als het wat rustiger is en de vis tot azen is geneigd. Tenslotte vraag ik om informatie aan de andere karpervissers, maar ook de witvissers.

Zoals ik al eerder zei, moet je op dit soort wateren een afweging maken op basis van de verkregen informatie. Dan kan je bepalen hoeveel sterren je nieuw uitgekozen stek scoort:

  • zichtbaar obstakel
  • rustige oever
  • windzijde / zonzijde
  • ondieptes
  • informatie van derden

Snel zal u merken dat de stekken in de categorie vijf sterren schaars zijn. De meeste stekken zijn dan een compromis. Ik ga meestal voor niet minder dan drie sterren.

De laatste ster is altijd de meest interessante. Ik wist onlangs een mooie 28 ponds spiegel te vangen op een voor mij onbekend water.  Het betrof een kleine kunstmatige vijver van een hectare of twee die compleet was ingericht als lokale visvijver voor een hengelsportvereniging. Overigens het pronkstuk van de vereniging, want overal waren stekken gecreëerd en genummerd en als klap op de vuurpijl een waar clubhuis bij het water met een toilet en invalidenstek. Maar dit even terzijde.

Ik koos de gebruikelijke aanpak en koos een stek aan de westelijke oever, omdat ik daar meerdere bellensporen had ontdekt, het water daar ondieper was, er een boomtak in het water hing en dit de rustige zijde van het viswater was, weg van de asfaltweg naast het water. Ik werd aangesproken door een lokale witvisser, die mij het goedbedoelde advies gaf om mijn penhengel om te ruilen voor de afstandsvisserij naar het midden van het water. Daar werden de meeste grotere karpers gevangen volgens hem.  In de dierenwinkel waar ik mijn vergunning had gehaald vertelde de eigenaar mij dat het water een aardig bestand aan karper had met enkele uitschieters tot net over de dertig pond die meestal werden gevangen in het vroege voorjaar of late najaar. ( dus als de drukte aan het water beperkt is! )
Ik liet me niet van de wijs brengen en ving een half uurtje later een prachtvis.

Ik bedoel hiermee te zeggen dat je de laatste ster als aanvulling moet zien. Iedereen heeft goedbedoelde adviezen, maar probeer ze aan je eigen aanpak te toetsen of probeer harde informatie te krijgen, aangezien de concurrentie groot is tussen de karperaars en misleidende informatie een geducht wapen kan zijn. Jammer, maar helaas waar.

 

                               

  • “ je moet hier niet langs de kant vissen, de grootste zitten in het midden!”

 

Tenslotte wil ik nog iets kwijt over het grootste obstakel van elk water. Juist, dat ding waar wij mensen op staan. Vrijwel elk water is oevergebonden, dus moet de grond ergens naar beneden lopen om water te kunnen houden. Ik heb veel vis gevangen langs het kantje, juist op de plekken waar soms het minste water stond. De vis komt er graag. Niet alleen omdat er veel voedsel te vinden is, maar ook geeft het de vis naar mijn idee een gevoel van beschutting. Zie het bijvoorbeeld zoals wij in sommige gevallen rugdekking zoeken naar een muur, of zoals een muis langs de plinten loopt in je huis  en nooit midden in de kamer. ( Ik hoop het niet voor je ! ).

Kleine voerplekjes langs het kantje aanleggen en om de beurt afvissen kan je een lamme arm bezorgen!

In het laatste deel van dit artikel zal ik ingaan op de technieken die ik gebruik om de vissen daadwerkelijk te vangen.

In de tussentijd : “  SUCCES! “


 
 
  Webdesign by Rabbitweb, copyright 2009