Opgericht 20 juli 1951.
Goedgekeurd bij KB d.d. 16 november 1955.
Kamer van Koophandel Den Haag nr. 40408022
Aangesloten bij de Federatie Zuid West Nederland

 
 
 

Volgens George....

Met regelmaat zal George van Hutten ons verblijden met zijn visie op de hengelsport. Deze eerste bijdrage
gaat over de wedstrijdvisserij. Geniet er van en als u wilt reageren dan kunt u George een e-mail sturen.
Zijn e-mailadres is ga.v.hutten@minvws.nl

Wedstrijdvissen: Waar wat, wanneer en hoe?

Inleiding.

Ik denk dat er over het wedstrijdvissen genoeg geschreven is en hoef daar helemaal niets aan toe te voegen, wat ik wel wil is mijn eigen ervaringen op papier zetten en met jullie delen.

Het is alweer een tijdje geleden is dat ik de Nederlandse wateren, en in het bijzonder de Zuid-Hollandse wateren, met vaste stok, feeder- en/of matchhengel onveilig heb gemaakt. Door de jaren heen is er wel het een en ander veranderd, maar ik denk dat de basis hetzelfde gebleven is. Ook zijn de vissen niet veranderd en is hun gedrag hetzelfde als tijdens mijn actieve wedstrijdperiode, zeg pakweg, zo’n tien jaar geleden. Als ruggensteun om succesvol te kunnen zijn in een wedstrijd probeer ik het wedstrijdwater voor en tijdens de wedstrijd te “lezen”
(zie *).  

Bij een vis draait alles om overleven, en daarvoor, om eten. Heb je er wel eens aan gedacht dat je zelf liever een biefstuk op je bord hebt, dan een droge boterham? Zo ook de vis: “liever een zachte, schone, lekker ruikende made dan een vieze naar ammoniak ruikend leeg madevel”. Een vis is een koudbloedig dier dat z’n gedrag aan de omstandigheden aanpast. Als het kouder wordt, eet ie minder, zijn de aasperiodes kort en verplaatst de vis zich traag. Als het warmer is heb je met een hele andere situatie te maken. De vis is dan actief en aast langere perioden. Als het te warm is wordt een vis lui en is de interesse voor eten minder. Dit zijn vaste waarden om mee te nemen bij bijvoorbeeld de overweging om meer of minder voer te gebruiken. Ook voor de aasaanbieding is dit een belangrijk gegeven.

Verder zijn er tal van omstandigheden die een rol spelen bij de hengel keuze en techniek. Zo hebt je het type water dat een rol speelt in de keuze van een bepaalde techniek.

* De wind, stroming en onderstroming die invloed hebben op het gedrag en aaspatroon van vissen. De wel/niet vrije hengel- en/of aas keuze heeft veel invloed op de te volgen tactieken techniek. Ook de vorm van de wedstrijd is bepalend voor de te volgen tactiek.
Tip: durf tijdens een wedstrijd eens iets anders te doen dan de “standaard” probeersels. 

Wedstrijdvormen, technieken en watertypen.

Wedstrijdvormen

De vorm (opzet) van de wedstrijd heeft, of we het willen of niet, invloed op de te kiezen tactiek, en daarmee samenhangend de techniek. We kunnen een tal van vormen onderscheiden. Laten we eens kijken naar de meest voorkomende vormen en laten we een aantal van deze vormen iets uitgebreider bekijken.

1. De enkelvoudige (individuele) prijzen wedstrijd.
2. De (individuele) competitie wedstrijd.
3. De enkelvoudige (individuele) prijzen wedstrijd met vakindeling.
4. De (individuele) competitie wedstrijd met vakindeling.
5. De koppelwedstrijd.                                                                     
6. Korpsenwedstrijd.  

1. De enkelvoudige (individuele) prijzen wedstrijd.
Als je deze wedstrijdvorm kort wilt beschrijven is het een alles of niets wedstrijd.
De eindklassering wordt bepaald door het totaalgewicht van de gevangen vis. Elk water heeft z’n “hot spots” en succes valt of staat (gedeeltelijk) bij een goede loting.

2. De (individuele) competitie wedstrijd.
Deze valt ook onder de categorie alles of niets wedstrijden, met dien verstande dat, omdat de eindklassering een optelsom is van de behaalde resultaten, een slecht resultaat niet direct een slechte eindklassering hoeft te betekenen. Er kan veel meer geprobeerd en geëxperimenteerd worden.

3. De enkelvoudige (individuele) prijzen wedstrijd met vakindeling.
Voor een overwinning in zo’n wedstrijd moet je wederom een “hot spot” loten, maar omdat het parcours is ingedeeld in (meestel) vijf vakken, heeft iedereen uitzicht op een mooie klassering. De einduitslag wordt bepaald door punten klassering per vak, gekoppeld aan het gewicht. Dit betekent dat je met een “mindere” loting toch een goed resultaat kunt behalen. Zo’n wedstrijd kun je altijd met zelfvertrouwen beginnen.

4. De (individuele) competitie wedstrijd met vakindeling.
Dit vind ik persoonlijk de mooiste en de meest eerlijke wedstrijdvorm. Er wordt een aantal wedstrijden in vakken om punten gevist. Degene die na alle wedstrijden het minst aantal punten heeft is eerste in de eindklassering. Bij het behalen van een gelijk aantal punten van de verviste wedstrijden is het totale gewicht van de gevangen vis doorslaggevend. Het eerlijke zit vooral in het feit dat je bij meerdere “slechte” lotingen toch een top resultaat kunt behalen.

Technieken (en tactiek).

Vaste stok:
We hebben even in kort bekeken hoe verschillende wedstrijden in elkaar steken, en kunnen nu onze tactiek en bijbehorende technieken gaan bepalen. Als het een vaste stok wedstrijd is, heb je in ieder geval geen luxe probleem voor wat betreft de hengel keuze. De afstand waar op je gaat vissen is wel belangrijk. Zoek als het een kanaal of rivier is de vaargeul op. Ligt deze dicht genoeg in de kant en kun je ‘m bereiken, maak daar de voerplek. Als het een langzaam, schuin aflopend talud is, maak dan je voerplek iets dichterbij, en vis erover heen. Na het beginsignaal mag er gevoerd worden. Ik voer in een ruit, en zorg dat ik de uiterste punt van de ruit makkelijk kan bereiken. Stel je dobber vijf centimeter hoger af dan het water diep is. Soms krijg je enkele minuten na het eerste voer “bombardement” al een aanbeet. Wacht drie tellen met aanslaan. Zorg dat je deze vis vangt, het zal je extra zelfvertrouwen geven!!! Als je de aanbeet mist, is de aasaanbieding waarschijnlijk niet juist, of ben je te ongeduldig. Mocht je de volgende aanbeet weer missen, dan vis je te “ondiep”. Wees niet te zuinig, en schuif je dobber ca. vijf centimeter dieper. Als het goed is, is de volgende aanbeet raak. Zoniet, dan schuif je je pen weer omhoog, enz. enz.
Het kan voorkomen dat er wel vis zit maar dat ze niet erg actief zijn. Je krijgt dan af en toe een aanbeet. Het is dan de truc om ze over te halen om te gaan azen. Probeer eens om met enige regelmaat wat (ca. 10) maden en mini balletjes voer op je stek te deponeren. Ga zelf wat actiever vissen, en let op wanneer je aanbeten krijgt. Mocht het water licht stromen, dan heb je de ideale situatie om de vis te foppen. Laat je aasje met de stroom meedriften, en stop het af door je hengel weer stil te houden. Je aasje zal door deze actie een fractie van een seconde van de grond komen, of iets sneller over de bodem hobbelen. Dit zijn vaak de momenten waarop de vis toehapt. Wat je ook kunt doen is je aasje recht voor je hengeltop over je voerplek deponeren, en vervolgens langzaam over je voerplek naar je toe trekken. Ik herinner mij een wedstrijd aan het Voorns Kanaal waar ik in het eerste vak (vanaf Geervliet) geloot had. Het water is gemiddeld zo’n 4,5mtr diep en visbestand bestaat hier hoofdzakelijk uit wat kleinere brasem en bleitjes. Het was puur en puur slecht, er werd zeer weinig gevangen. Normaliter vis ik hier met een 1,75grams dobber, minimaal 25cm over de bodem, en gebruik vijf voermaden of een combi van mestpier met een made als aas. Na twee uur vissen had ik nog geen beet gezien. Dan moet je iets gaan ondernemen. Er stond een lichte stroming naar links, en het was windstil. Ik verwisselde mijn topstuk voor een ander topstuk met een pennetje van 1gram, met haak 18 en zette één voermade aan mijn haak. Om een lang verhaal kort te maken: op de boven beschreven manier vissend ving ik  in het laatste uur acht vissen met een totaal gewicht van 2380gram, goed voor een 3e plek in mijn vak.

Elk water heeft bepaalde stukken waar de vis altijd “ligt”. Als je regelmatig in  verschillende wateren vist doe je waterkennis op en weet je wanneer je gunstig geloot hebt. Loot je gunstig, een zogenaamde “hotspot”, zorg er dan voor dat er constant voldoende voer ligt om de vis “vast” te houden. Het is in zo’n geval niet de kunst om de vis te vangen, maar om ze op de stek te houden. Doe dit, door na het beginsignaal als eerste een ruime hoeveelheid voer met veel “levend” aas (maden, casters en eventueel gehakte pieren) op je stek te “dumpen”. Je merkt snel genoeg wat voor vis er zit en in welk tempo je aanbeten krijgt. Laat de stek even rusten, en concentreer je op het vangen van vis. Het is de bedoeling om in een zo’n kort mogelijke tijd zo veel mogelijk vis te vangen. Na ca. een uur deponeer je na elke vis wat voer en/of levend aas op de stek. Als de frequentie van de aanbeten lager wordt, betekent dit dat de vis ietwat verzadigd raakt. Nu is de periode aan gebroken om bonusvissen te vangen. Verander van aas, speel met de aasaanbieding en verander ook de visdiepte. Voer nog maar af en toe matige hoeveelheden bij (het liefst alleen nog af en toe casters en maden). Als voorbeeld neem ik wederom een wedstrijd aan het Voorns Kanaal waar ik dit keer in het middelste vak geloot had. Dit deel van het Voorns Kanaal staat bekend als het vak met het sluisje. Vaak het beste vak, waar grote aantallen vis gevangen worden. Ik ben gewend om na het peilen van de diepte een drift te maken (uiteraard met kale haak) om te zien of er enige (onder)stroming staat. Midden in deze drift verdwijnt de pen in de diepte. Ik til m’n hengel op en er hangt een brasem aan!!!  Ik heb de wedstrijd als hierboven beschreven vervist en ving ruim 27kilo vis. Ik werd 2e in het vak, en de naaste concurrenten werden 4e en 5e op ettelijke kilo’s afstand.
                                                              
Volgende keer: vrije hengelkeuze


 
 
  Webdesign by Rabbitweb, copyright 2009